Wie u ontvangt, ontvangt Mij!
Een broeder tipte mij eens een quote van Andrew Murray: “Als de Gemeente van Christus haar heiligmaking verliest, dan verliest zij haar getuigenis.” Daarmee legt Murray een belangrijk verband tussen de houding van een christen in de praktijk van het dagelijkse leven en de mate waarin deze christen de heerlijkheid van Christus uitstraalt. Dat geldt niet alleen voor het individu, maar ook voor het collectief.
Wat gebeurt er als een ongelovige onze samenkomst bezoekt? Zoals beschreven in 1 Kor. 14:24-25? “Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond, het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is.”
Ontvangt men Jezus als men mij ontvangt? Matth. 10:40: “Wie u ontvangt, ontvangt Mij…” Toen ik deze tekst diep op me in liet werken, gebeurde er innerlijk iets wonderlijks. Het bracht vrijmoedigheid, maar ook een sterker verlangen om te wandelen in Zijn gezindheid (1 Joh. 2:6).
Echter, welk getuigenis gaat er uit naar de wereld, wanneer men vaststelt dat de loochening van God als Persoon niet de fundamenten van een kerk aantast? Helaas is de wereld niet in staat het onderscheid te maken tussen de Gemeente van Christus en de kerk. Dat mogen wij haar niet kwalijk nemen. De wereld denkt hierin in termen zoals God het bedoeld heeft: de kerk zou de Gemeente van Christus moeten zijn…
Nog iets. Hoe kan het toch dat de Kerk van Jezus Christus vaak meer gelijkvormig aan de wereld lijkt dan aan God? Ik kan drie dingen bedenken.
Eén. We nemen sommige zonden niet serieus. Stiekem hebben we zonden ingedeeld in hokjes: niet aanvaardbare zonden en zonden die wel door de vingers kunnen worden gezien. Een vrouw aanzien om haar te begeren (Matth. 5:28), tsja… Maar met dezelfde vrouw het bed delen, is erger. Dat is wat mensen ervan hebben gemaakt. En zijn we niet geneigd sneller de kleine vossen in de wijngaard rond te laten lopen, dan deze, net als de “grotere” zonden, te bannen?
Twee. We kunnen ten onrechte denken dat het leven uit geloof betekent dat er ten aanzien van heiliging niets van onze kant verwacht wordt. Soms denken we dat iedere poging van onze kant per definitie vleselijk is. Soms bidden we om overwinning, terwijl we gewoon zouden moeten gehoorzamen.
Drie. Onze houding tegenover de zonde kan meer gericht zijn op mezelf dan op God. Het gevaar is groot dat we onze eigen overwinning over zonde belangrijker vinden dan het feit dat we door onze zonde God bedroeven. Waarom laat ik een zonde na? Omdat ik God bedroef? Of omdat ik opzie tegen het schuldgevoel na het bedrijven van de zonde en het feit dat ik me dan “rot” voel? Zijn we niet te egocentrisch, ook wanneer we spreken over overwinning over zonde? Is dat niet de reden, dat we oplopen tegen de muur van zelfverwijt en we moedeloos het hoofd laten hangen en ons laten meeslepen door de geesten van de wereld?
O lezers, laten we zien op Jezus! Hebr. 12:1-2: “Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.”
Kom, laat ons een stralend licht zijn voor de wereld! Zij sterft… Zullen we volharden de hemel voller te maken dan ooit tevoren? De tijd is kort, het Koninkrijk komt eraan…
Activiteitenkalender
Nieuws
Op de hoogte blijven van HeartCry?
Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.



