Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U

Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U

Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin. Mijn ouders en met name mijn moeder zagen het als hun vreugde om aan mij de verhalen van de Bijbel te vertellen. Mijn moeder heeft ervan genoten om mij voor te lezen over God en om mij christelijke verzen, zoals de Psalmen, te leren. Zij vond dit zo fijn, omdat ze zelf niet meer zonder God zou kunnen leven en het was haar verlangen om ook haar kinderen hierop te wijzen. Zij heeft God lief gekregen en dat was ook te merken tijdens mijn opvoeding. Er werd in ons gezin altijd heel serieus en nauwkeurig geleefd, zodat ik als kind al opmerkte dat je met God niet kunt spotten. Ik kreeg dus ontzag voor God mee. Als kind had ik regelmatig bepaalde ervaringen waardoor het voor mij nooit een vraag is geweest of God echt bestaat. Zo was ik vaak bezig met het maken van tekeningen met Bijbelteksten; dit deed ik dan bijvoorbeeld voor mijn ouders, om hen te bemoedigen. Ook zong ik graag en ik kan me nog goed herinneren dat we eens een kerstplaat (grammofoonplaat) hadden waar ik diep van onder de indruk was. Er stond een versje op dat ging over mensen die de Heere Jezus niet in hun hart toelaten. Toen Hij op aarde geboren werd, was er geen plaats voor Hem. Dit greep mij erg aan en ik ging huilend naar mijn moeder toe, omdat ik ergens toch het verlangen had om Hem wel in mijn hart toe te laten. Vaak dacht ik eraan dat ik een nieuw hart moest krijgen. Ook droomde ik over het oordeel van God, waarin Hij de mensen in twee groepen indeelde: een groep die Hem wel gehoorzaam was en een groep die dit niet was. In mijn puberteit heb ik te maken gekregen met heel veel vragen. Deze vragen gingen met name over de leiding van God. Als God alles in handen heeft en alles leidt, waarom gebeurden er in mijn leven dan zulke moeilijke dingen? Soms leidden al deze vragen ertoe dat ik ontzettend boos op God werd. Ik vond het oneerlijk dat ik dit allemaal mee moest maken. Waarom waren er zoveel mensen bij wie alles voor de wind leek te gaan? Deze gedachten over God kwamen regelmatig terug, maar zorgden er ook voor dat ik me nog ongelukkiger voelde. Want ik wist wel dat het uiteindelijk het allerbelangrijkste is hoe je relatie (verstandhouding) met God is en dat je tóch gelukkig bent als Hij bij je is, ondanks alles wat er dan kan gebeuren in je leven. Dat ik dus deze gedachten had, zag ik als schuld voor God. Ik voelde me vaak ook door God verlaten. Toch gebeurde het in deze periode ook regelmatig dat ik me getroost voelde door God. Het waren vaak korte momenten, maar op zulke momenten ervaarde ik de aanwezigheid van God en het werd rustig in mijn hart. Dit gebeurde bijvoorbeeld als ik een gedicht las wat voor mijn gevoel over mijn situatie ging, als ik in de Bijbel las of tijdens een preek. Als je de Bijbel leest, zul je tegenkomen dat God heel mooie dingen belooft aan mensen. Hij belooft Zijn hulp, Zijn nabijheid. Deze woorden van God werden mij tot troost en steun, zoals bijvoorbeeld de woorden: ‘Wie tot Mij komt, zal Ik nooit uitwerpen (wegsturen)’ of: ‘Kom tot Mij en Ik zal u rust geven’. Zo zijn er veel voorbeelden te noemen. Deze woorden leken wel kracht te bezitten en maakten me dan rustig. Wat mij dit gevoel van troost gaf, was dat God er altijd is en dat we met alles naar Hem toe mogen gaan. Je kunt naar God toe gaan in het gebed en dingen aan Hem voorleggen door alles tegen Hem te zeggen. Ik leerde zo ook zien dat Hij mij altijd wil helpen. En ik denk dat dit mij door deze moeilijke periode heen geholpen heeft. Het leek op zulke momenten dat God even uit de hemel liet weten dat Hij wist dat ik het zo moeilijk had. Eigenlijk heeft deze periode jaren geduurd, misschien wel de hele periode van de middelbare school. Wat ook heel belangrijk voor mij was, is dat ik God in deze periode beter heb leren kennen tijdens de preken in de kerk. Ik heb in die periode vaak met verbazing en verwondering in de kerk gezeten, omdat ik de dominee dingen hoorde zeggen waar ik juist heel erg mee zat. Ik kreeg dan antwoord op mijn vragen en het leek vaak net of de preek voor mij persoonlijk bedoeld was, als boodschap van God. Als ik dan thuiskwam, ging ik eerst naar mijn kamer om de Heere te danken dat Hij tot mij gesproken had. Tijdens deze periode leerde ik de verwondering kennen over de liefde van de Heere voor mensen en voor mij, maar ook had ik een heel sterk verlangen om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal als dit in de kerk gehouden werd. Ik kon dan soms bijna niet meer in de bank blijven zitten als de dominee de mensen nodigde, omdat ik dicht bij God wilde zijn. Het leven met God werd voor mij iets heel aantrekkelijk, ik zou eigenlijk niet meer kunnen leven zonder Hem. Op momenten dat ik Zijn liefde en nabijheid ervaarde, had ik geen vragen meer over God en wist ik dat ik bij Hem mocht horen. Dan was er rust en vrede. Op momenten dat God ver weg leek (want dat gebeurde ook) en ik Zijn aanwezigheid niet ervaarde, leek het leven niet echt léven. En dit gevoel heb ik nog steeds. (Ik moet wel leren dat dit gevoel niet alles zegt, want God verandert niet. Dus mag je geloven dat Hij altijd bij je wil zijn, ook als je het niet voelt, ziet of ervaart.) Ik leef pas écht als ik gemeenschap heb met God. Dan voel ik me ook een heel ander mens, net of ik me dan pas echt mezelf voel. Zo kwam dan ook het verlangen in mij op om belijdenis van mijn geloof te doen. Op sommige momenten was het voor mij heel duidelijk dat ik dit kon doen, maar ik moet ook zeggen dat het maar al te vaak anders was. Heel vaak merkte ik in mijn hart helemaal geen liefde tot God. Of ik had weer niet gedaan wat Hij van mij vroeg. Ik zag in mijn leven de tegenovergestelde dingen die ik volgens mij zou moeten hebben of vertonen als ik dicht bij God leefde en in Hem geloofde. Dan voelde ik me ver van Hem af en begon ik alles in twijfel te trekken. Ik dacht dan: ‘Blijkbaar moet er nog veel meer gebeuren voor ik echt een christen ben. Want zoals ik nu ben, kan het niet echt waar zijn dat mijn leven veranderd is en zo wil God mij niet hebben.’ Er ontbrak voor mijn idee nog zoveel aan mijn geloof! Het was zo wisselvallig. De ene keer was het er en soms weer helemaal niet. Toch voelde ik me hier nooit rustig onder. Maar ik vond het ook erg moeilijk dat al die vragen steeds terugkwamen. Waarom steeds dezelfde vragen? Ik kon mezelf absoluut niet maken zoals het zou moeten voor God. Alles wat ik nodig had, moest Hij me geven en anders zou het nooit zover komen. Vaak bad ik hierom, maar het leek soms of God het gebed niet hoorde. Soms waren er ook wel weer de bemoedigingen. Kortom: uiteindelijk heb ik wel belijdenis gedaan, en het was ook mijn verlangen, maar toch was het zo dubbel, voor mijn gevoel. Ik moest leren zien dat ik niets mee hoef te brengen bij God. Ik hoef mezelf niet op te knappen. Ik mag en moet zelfs komen zoals ik ben, omdat God weet dat ik dit zelf niet kan oplossen. En Hij vraagt dit ook niet van mij. Als ik dit besefte, voelde ik me vrij. In de tijd die volgde, is de bovenstaande strijd toch wel gebleven en zelfs heviger geworden. Ik moet er wel bij zeggen dat ik door de boeken die ik las (Bijbel en andere christelijke boeken), door preken, door christelijke vrienden, door mijn ouders en later door mijn vriend steeds meer leerde waar het nu echt om gaat in het leven: onvoorwaardelijke overgave aan God, buigen voor Hem, geloof in de Heere Jezus, vertrouwen op Hem enzovoort. Het is – voor m’n gevoel nog steeds - een strijd tussen mijzelf en God. Een strijd waarin ik ervaar dat ik mezelf moet loslaten. Het grote obstakel is dat ik dit vaak niet wil. Ik wil het niet helemaal uit handen geven. ‘Waarom alles loslaten en Hem Koning laten zijn?’ komt er dan in mijn hart op. Ik vind het erg moeilijk dat ik bij mezelf deze onwil tegenkom. Het geeft me veel onrust en verdriet dat ik niet doe wat God van me vraagt, omdat ik ook juist overtuigd ben van het tegenovergestelde, namelijk dat ik eigenlijk niets liever wil dan me helemaal aan Hem geven, omdat Hij het waard is en het al zo vaak aan mij gevraagd heeft. Ik ben er ook van overtuigd dat het de grootste zonde is en dat het oneindig slecht is als ik nu, na zoveel liefde van Gods kant voor mij, nog voor mezelf wil leven. En soms word ik zo moe van mezelf, dat ik tegen God zeg: ‘Ik wil ook niets meer van mezelf meebrengen. Ik wil leven van wat U me geeft. Ik word moe van mezelf. U weet beter wat goed voor me is dan ik het zelf weet.’ Deze strijd is er vandaag de dag vaak nog. Toch mag ik ook momenten ervaren dat er geen strijd is. Dan kan ik door Gods kracht alles aan Hem overgeven. Als Hij er Zelf voor zorgt, dat ik alles loslaat, is het goed. Voor mezelf is het onmogelijk om deze strijd te winnen, maar de Heere wil ook in deze strijd alles geven. Als ik naar God kijk, is alles mogelijk; als ik naar mezelf kijk, is het onmogelijk. Ik mag deze strijd altijd in het gebed bij Hem brengen en het aan Hem vertellen. Het geeft me veel rust dat Hij dit weet en dat Hij toch nog met mijn leven te maken wil hebben. Want dat God oneindig goed voor mij is, daarvan ben ik overtuigd. Hij heeft me zo vaak geholpen! Heel vaak als ik in moeilijke situaties ben, krijg ik antwoord en wijst Hij me op Zichzelf. Hij laat me dan als het ware zien dat ik niet zelf hoef te tobben en dit zelfs niet mag doen, omdat Hij alles doet en alles gedaan heeft tijdens Zijn lijden en sterven. Ik moet ook leren niets meer van mezelf te verwachten en zelf niets meer te doen, omdat Hij alles al gedaan heeft. Hij heeft juist mensen lief die zo slecht als ik zijn en het is niet goed om eerst zelf van alles te proberen. Dat is hoogmoed. En juist dat ervaar ik nog zo vaak in mijn leven; ik wil een doe-het-zelver zijn en dat gaat niet. Dat wil God me afleren. Daarom ben ik ook ‘jaloers’ op mensen die zo veel van God houden dat ze zich alleen nog maar aan Hem over willen en kunnen geven. Mensen die het helemaal met God eens geworden zijn en Zich aan Zijn liefdevolle leiding en onderwijs vanuit de Bijbel onderwerpen; mensen die Hem meer liefhebben dan ze zichzelf liefhebben. Ik durf nooit zo goed te zeggen dat dit in mijn leven al zo is. Ik zie nog zoveel wat níet goed is. Dat geeft me reden om aan God te vragen: ‘Help mij. Want als U me niet helpt, kan ik niet verder. Ik heb het zo nodig dat U me alles geeft. Dat U me meer laat zien wat U voor mij gedaan hebt. Geef mij toch Uw Heilige Geest, zodat Uw Geest mij alles zal leren. U bent toch mijn God? Verlaat mij niet. Vergeef mij dat ik zo weinig liefde tot U heb. Help mij! U hebt het beloofd.’ Ik probeer daarom de laatste tijd ook meer na te denken over Wie de Heere Jezus is en wat Hij gedaan heeft. Als ik in de Bijbel lees, zie ik de mogelijkheden die God geeft. Hij belooft eigenlijk alles en dat geeft me vaak vrijmoedigheid om alles aan Hem te vragen. Ik mag meer gaan leren wat het betekent dat Jezus aan onze kant – de kant van slechte mensen – wil staan. Hij wil hen naar God brengen en dit te weten, is eigenlijk genoeg. We hoeven niet bang voor Jezus te zijn. Wel ben ik bang voor mezelf en voor mijn eigen hart. Daar ben ik enorm bang voor, want het bedriegt me. Daarom moet ik leren om alleen te luisteren naar wat God zegt, want Hij heeft mijn welzijn op het oog. En Hij kan mij zo veranderen, dat ik precies ga willen wat Hij wil. Ik verlang ernaar dat Hij dat doet. Want Hij is de enige Die dit kan en als Hij het doet, is het ook goed. Zelf kan ik dit niet. Ik ben ervan overtuigd dat God wil dat alle mensen Hem leren kennen. We hebben Hem allemaal dringend nodig. Vooral het offer dat Hij gebracht heeft tijdens Zijn leven op aarde en tijdens Zijn sterven op Golgotha hebben we nodig om weer in een goede relatie met Zijn Vader te komen. De Bijbel is er heel duidelijk in dat we voor eeuwig ongelukkig worden als we God niet kennen. Dit geloof ik van harte. Ik geloof ook dat God Zichzelf zal laten kennen als een levende God aan iedereen die Hem daarom vraagt. Daarom ben ik er ook zo dankbaar voor dat God al vanaf het begin van mijn leven heeft laten zien dat Hij in mijn leven de belangrijkste plaats wil hebben. Dat ik gedoopt ben toen ik nog een baby was, geeft me veel troost. Toen wilde God me al hebben. Vaak ga ik met mijn doop naar Hem toe. God blijft immers Dezelfde en wat Hij toen beloofd heeft, zal Hij doen! Het maakt me wel vaak beschaamd en ik voel me schuldig als ik zie hoe weinig we als christenen hiervan doorgeven aan mensen die niet weten Wie God is. Want ook voor hen is dit zo dringend nodig. Juist omdat ze God niet kennen, weten ze ook niet wat ze missen. Wat ontzettend erg is dit. En wat is God goed voor mij dat ik de waarheid vanuit de Bijbel wel mag weten. Want als je eenmaal een levende ontmoeting met de God van de Bijbel gehad hebt twijfel je niet meer aan Zijn bestaan en aan de waarheid van wat Hij zegt! Hiermee bevestigt God Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren (Rom.5). Deze tekst geeft ook mij de mogelijkheid om zalig te worden. Vijanden worden met God verzoend. God rechtvaardigt goddelozen!
273