Een muizenval in huis

Een muizenval in huis

Een muis keek naar buiten door een spleet in de muur en zag hoe de boer en zijn vrouw een pakje openmaakten. Hij was benieuwd wat voor lekkers daar uit zou komen, maar schrok zich een hoedje toen hij zag dat er een muizenval in zat. Totaal verbijsterd liep het dier het erf op van de boerderij en piepte waarschuwend: “Er is een muizenval in huis, een muizenval in huis!” De kip kakelde, schraapte zijn poot en zei: “Mr. Muis, ik weet zeker dat ze dit gedaan hebben om jou dood te krijgen, maar mij raakt het niet, ik lig er niet van wakker.” De muis tippelde naar het varken en riep ontsteld: “Er is een muizenval in huis, een muizenval in huis!” Het varken leefde met hem mee en zei knorrend: “Wat vind ik dat erg voor je, Mr. Muis, maar ik weet er ook geen raad mee, behalve dat ik voor je bidden kan. Ik hoop aan je te denken.” Daarna rende de muis naar de koe en piepte: “Er is een muizenval in huis, een muizenval in huis!” De koe loeide: “Sjoe-oe, Mr. Muis, wat vind ik dat vervelend, maar verder kan het mij niet schelen.” Zo ellendig moest de muis terug naar huis. Hij voelde verworpen en liet zijn kop hangen. Diezelfde nacht hoorde hij een slag in huis. De muizenval was dichtgeklapt op zijn slachtoffer. De boerin kwam aangelopen om te kijken wat er in de val zat, maar in het donker kon ze de giftige slang niet zien, die met zijn staart in de muizenval terecht was gekomen. Hij beet haar in de voet en nu moest de boer zo snel mogelijk naar het ziekenhuis met haar. Daarna kwam ze naar huis met hoge koorts. Omdat verse kippensoep goed is voor mensen met koorts, greep de boer zijn vette kip en slachtte die voor in de soep. Zijn vrouw bleef echter ziek en moest dag en nacht verpleegd worden door buren en vrienden. Nu moest de boer zijn varken slachten om al zijn gasten te kunnen voeden. De vrouw knapte niet op en uiteindelijk stierf ze. Iedereen kwam naar de begrafenis, dus moest de boer zijn koe slachten om voldoende vlees te hebben. De muis had alles bekeken vanuit de spleet in de muur en had veel verdriet. Wanneer u de volgende keer hoort van iemand met problemen, denk dan niet gelijk dat het u niet aangaat. Als één van ons bedreigd wordt, lopen wij dat risico allemaal. Soms moeten wij elkaar helpen of bemoedigen. Het liefst zouden wij ons nergens mee bemoeien, maar toch zijn we min of meer verantwoordelijk voor elkaar. Wij zijn zelfs medeopvoeders voor elkaars kinderen. De meeste problemen zijn ver van ons bed. Stel dat de christenen 50 jaar geleden, 10.000 zendelingen zouden hebben gestuurd naar de moslimlanden, zouden we vandaag niet hebben gezeten met al de bedreigingen van de Islam. Of we het willen zien of niet, wij zullen met elkaar rekening moeten houden en kunnen onze ogen niet sluiten voor de armoede en het verdriet van anderen. Anders kunnen wij het resultaat terug verwachten op ons brood. “De HEERE zeide tot Kain: Waar is Abel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet. Ben ik mijns broeders hoeder?” Genesis 4:9
273