God aanspreken als Vader?!

God aanspreken als Vader?!

Bij ons in de kerk wordt God in het openbare gebed zelden aangesproken als “Vader”. Alleen in de formuliergebeden. Is het terecht dat dit zo weinig gebeurt? In de praktijk zijn hier grote verschillen. Er zijn gemeenten en kerkgenootschappen waar dit vrijwel altijd wordt gedaan. Min of meer standaard wordt het gebed begonnen met “Vader in de hemel”. Maar er zijn ook gemeenten en kerkgenootschappen waar dit zelden of nooit gebeurt. God wordt meestal aangesproken als “Heere” of bijvoorbeeld als “almachtige en getrouwe God in de hemel”.Er zijn heel wat kerkgangers die alleen in formuliergebeden (tijdens bijvoorbeeld een doop- of avondmaalsdienst) de Vadernaam horen gebruiken. Vanwaar deze terughoudendheid om de Vadernaam te gebruiken? Waarschijnlijk heeft dit te maken met een reactie op een klakkeloos, oppervlakkig en soms veelvuldig gebruik van de Vadernaam. Dat is een reëel gevaar. Het gebruik van de Vadernaam kan verworden tot een automatisme. Dan klinkt in het gebruik niets door van het grote wonder dat deze hoge en heilige God om Christus’ wil mijn God en Vader is geworden. Maar is het reëel om vanwege dit misbruik in een ander uiterste te vervallen? Ja, zeggen sommigen, als de boot naar links overhelt, moeten de passagiers rechts gaan zitten om het schip te redden. Dat is waar! Maar het gaat verkeerd als het een regel wordt dat alle passagiers standaard rechts in een boot horen te zitten. Daar komen ongelukken van. Wat zegt de Bijbel hierover? Daar gaat het uiteindelijk om. De Heidelbergse Catechismus verwoordt dit in Zondag 46 heel mooi. Daar staat: “Waarom heeft ons Christus geboden God alzo aan te spreken “Onze Vader”? Geboden!! Dat zegt de Heere Jezus in Zijn gebedsonderwijs. Hij laat het niet eens aan onze vrijheid of vrijmoedigheid over. Nee, Hij gebiedt het! Waarom? Om dat goed tot je door te laten dringen, zou je het antwoord van de catechismus er eens bij moeten nemen. Daar staat: “Opdat Hij (…) in het begin van ons gebed, in ons de kinderlijke vrees en vertrouwen tot God verwekke…” Dat is toch heel opvallend. Je moet die Naam gebruiken om het vertrouwen te verwekken. Juist waar veel schroom is om de Vadernaam te gebruiken, wordt soms gezegd: “Als het eens teer ligt in het hart van een kind van God, durft hij de Vadernaam wel eens te noemen…” De catechismus draait het precies om. Die zegt niet: “Als het vertrouwen er is, kun je die Naam gebruiken”, maar: “Als het vertrouwen er niet of onvoldoende is, moet een kind van God deze Naam eerbiedig uitspreken. Want hierdoor worden de kinderlijke vrees en het vertrouwen in het hart verwekt.” Daarom heeft Christus het gebruik van de Vadernaam geboden. Dat deed Hij in een tijd waarin er ook heel wat oppervlakkige godsdienstige mensen waren. Mensen die de Vadernaam wel erg makkelijk op hun lippen namen. Ze beschouwden zich als directe afstammelingen van Abraham. Op grond daarvan concludeerden ze dat God hun Vader was. “Geen sprake van”, zegt de Heere Jezus. “Uit jullie werken moet blijken dat God je Vader is. En jullie werken geven er meer blijk van dat je een kind van de duivel bent.” Toch, ondanks deze misstanden, heeft de Heere Jezus Gods kinderen geboden God aan te spreken met “Onze Vader Die in de hemelen zijt.” Dat wil niet zeggen dat ieder (openbaar) gebed zo letterlijk hoeft te beginnen. De eerste christengemeente bad: “Heere, Gij zijt de God, Die gemaakt heeft de hemel en de aarde…” (Handelingen 4:24). Kennelijk gebruikten zij de Vadernaam ook niet standaard aan het begin van hun gebed. Maar het zelden of nooit gebruiken van deze Vadernaam is niet naar het gebod van Christus. Onze vaderen ten tijde van de Reformatie en Nadere Reformatie (lees de gebeden achter in onze kerkbijbel) waren niet bang om de Vadernaam te gebruiken. Ze beseften dat Christus het had geboden. En dat ze er zelf goed mee waren “om de kinderlijke vrees en het vertrouwen te verwekken”!
273