Heiligen?!

Heiligen?!

Deze rubriek heeft dit jaar “Heiligen” als thema. Deze eerste aflevering gaat over bijbelheiligen. Wat een woord, zeg je misschien. Bijbelheiligen. Als ik naar mijn leven kijk… zo’n heilige ben ik niet. Vaak denk ik: ”Mijn leven zou er toch heel anders uit moeten zien.” Inderdaad, ons leven zou er anders uit moeten zien. Dat is de Heere zo waard. Trouwens, de Bijbel is er eerlijk in: zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien (Hebreeën 12:14). Heiligmaking is niet alleen een opdracht (1 Thess. 4:3), maar ook een eigenschap van het nieuwe leven. Heiligmaking is ten diepste: beantwoorden aan Gods doel. De gelovige die niets kent van een diep verlangen om heilig voor God te leven, ís geen gelovige. Dicht bij God, ziende op de overste Leidsman Jezus, strijdend tegen de boze en een vijand van alle zonden... dat zijn de beste tijden in het christenleven. Heiligmaking, dat was ook het verlangen van alle bijbelheiligen. Maar ze staan niet opgesomd in Hebreeën 11 om je moedeloos te maken. Integendeel. Ze waren wel heilig, maar allesbehalve volmaakt. Ze hebben ook tijden gehad vol kleingeloof, ongeloof en onheiligheid. De Bijbel is daar heel eerlijk in. Noach wandelde met God. Hij riep de mensen gedurende 120 jaar op tot bekering. Wonderlijk bewaard in de zondvloed, maar een poosje later ligt hij dronken en naakt in zijn tent. Abraham, de vader der gelovigen. Zo heeft hij zichzelf nooit genoemd. De HEERE had zo duidelijk een zoon van Sara beloofd, maar op een gegeven moment was hij wel tevreden met Ismaël. En Sara zelf? Ze heeft in ongeloof gelachen om het woord van de Heere en gezegd: “Hoe kan dat nou ooit?” De bijbelheilige Izak was nogal gesteld op zijn zoon Ezau. Vanwege het wildbraad, dat heerlijke eten. Dat Ezau nou toch de grote zegen niet kreeg… Jakob gedroeg zich bij de Jabbok vorstelijk met God. Daarom kreeg hij zelfs een andere naam: Israël. Maar er zijn vele jaren geweest dat hij zich helemaal niet zo vorstelijk gedroeg. Hij was ontroostbaar toen hij Jozef moest missen. Boos op iedereen en vaak ook boos op God. Wat een ongeloof, ondanks alle genade. Mozes, die ondanks Gods roepstem eerst helemaal niet terug wilde naar Egypte: “Laat toch een ander gaan.” Gideon, de strijder voor God, die een afgodsbeeld bouwde waardoor gans Israël hoereerde. Moeten we het nog hebben over Simson en Delíla? Of over David en Bathséba? Je ziet: deze heiligen zijn er niet gekomen dankzij hun heiligheid. Toen niet en nu ook niet. Draai het niet om. Daar zijn we, vaak heel subtiel, zo goed in. Als ik me een beetje heilig voel, ga ik nog denken dat ik een heilige ben. Als alles in mijn leven wat óp orde is, dan is het ook met God ín orde. Maar het is precies andersom. Als ik mag geloven dat het “in orde is met God”, is dat een aansporing tot heiligheid. Om die te doen uit dankbaarheid. Niet om iets af te betalen, maar omdat er Eén is geweest Die alles voor mij betaalde. Wat een wonder! Dat Hij dat wilde doen. Liefgehad tot het einde. Nedergedaald ter helle. Zijn bloed vergoten en het uitgeroepen: “Het is volbracht!” Als ik dat zie, wil ik voor 100 procent voor God leven. Daarom is de enige weg, ook tot heiligmaking, de weg tot Christus. Dat is moeilijk. R.M. MacCheyne zegt: “Ik schaam mij soms om van de zwijnentrog van de zonde rechtstreeks tot Christus te gaan.” Herken je het? Eerst de zonde wat laten slijten, eerst mezelf wat anders voelen, eerst een beetje berouw, enzovoort. Het is maar moeilijk te geloven wat een dominee eens schreef: “Als ik op maandag met Adam en Eva van de verboden vrucht zou hebben gegeten. En als ik op dinsdag met Noach dronken was geweest. En als ik op woensdag met Jakob mijn vader had bedrogen. En als ik op donderdag met David mijn vriend had laten doden om zijn vrouw te krijgen. En als ik op vrijdag met Petrus de Heere Jezus had verloochend. En als ik op zaterdag met Saulus de christenen had vervolgd. En als ik dan op zondag met de tollenaar in de tempel zou roepen: Heere, wees mij zondaar genadig, zou de Heere vergeving schenken. Uit genade alleen. Om Jezus’ wil.” Dat was het wonder van de bijbelheiligen. Dat is het wonder van de heilige nu. Dat is het wonder van de onheilige heilige.
273