Hoe groot is God?

Hoe groot is God?

De vrijdenker en godloochenaar, Collins (1676-1729), ontmoette eens een eenvoudige landman op weg naar de kerk. Collins vroeg hem waar hij naar toe ging. 'Naar de kerk, meneer', was het antwoord. 'Wat ga je daar doen?' 'God dienen.' 'Zeg me eens, is jouw God groot of klein?' 'Hij is beide, meneer.' 'Hoe kan dat?' 'Hij is zó groot, meneer, dat de hemel der hemelen Hem niet kan bevatten; en Hij is zó klein, dat Hij in mijn hart kan wonen!' Collins verklaarde dat dit eenvoudige, rake antwoord meer uitwerking op zijn geweten had, dan alle boeken die waren geschreven tegen zijn godloochenende denkbeelden. Alleen voor slechten 'Sommige mensen vinden onze boodschap hard. Ik heb vaak gezegd dat wij zaligheid preken voor verlorenen, leven voor doden, kleding voor naakten, voedsel voor hongerigen, water voor dorstigen en een heerlijke opstanding ten eeuwigen leven voor helwaardigen. En dit alles zonder enige voorwaarde in de zondaar; maar alleen uit genade. Sommigen zeggen dat onze prediking voor hen die wéten dat ze zo ellendig zijn, bekrompen is. Wij ontkennen dit. Een voorwaardelijke verlossing, namelijk dat mensen zelf moeten gaan geloven, Jezus aannemen, voor God kiezen enzovoorts, kan alleen geschikt zijn voor goede, gehoorzame, rechtvaardige en gewillige mensen. En hoever reikt deze boodschap dan? Tot niemand! Want toen God van de hemel neerzag op de aarde om de mens en al zijn doen en laten gade te slaan, zag Hij dat er niemand goed was, dat niemand God zocht, dat niemand goed deed, niemand rechtvaardig was. Ook niet één! Een zogenaamd ruime evangelieprediking, maar die niet onvoorwaardelijk is, kan haar zegen alleen brengen tot goede mensen. Zij kan geen zegen brengen tot slechte mensen. En daarom concludeer ik dat deze prediking voor niemand voordelig is. Díe predikers preken tot hen die gewillig zijn, die goed zijn. Maar laat mij het Evangelie preken voor de armen, voor hen die zonder kracht zijn, voor hen die geestelijk naakt zijn, voor de hongerigen en de dorstigen. Laat mij zeggen tot de arme, goddeloze zondaar (I Timotheüs 1 vers 15): "Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zóndaren zalig te maken, van wie ik de voornaamste ben." Laat mij zeggen tot de hulpeloze zondaar dat Christus volkomen kan zalig maken. Hoewel hun zonden rood als scharlaken of karmozijn zijn, laat mij hen vertellen dat Hij ze kan schoonmaken wit als wol of sneeuw. Als ik iemand zie als Saulus of Manasse, blazende dreiging en moord, laat mij tot hen Christus prediken, Die zij vervolgen. Als ik iemand zie als Maria Magdalena, bezeten met zeven duivels, laat mij tot zoeen zeggen dat Jezus zondaren ontvangt! Als ik graven passeer en iemand zie als de Gardareen, bezeten door een legioen, laat mij hem vertellen over een Jezus Die hem wil kleden en hem wil brengen tot zijn rechte verstand. Want zoals Christus niet kwam om rechtvaardigen te roepen, maar zondaren tot bekering; laat mij zo preken tot zondaren; en het Evangelie van Gods GENADE is het Evangelie van hun behoudenis. Zijn taal is Lukas 19 vers 10: "Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was."
273