Twee dozen

Twee dozen

God gaf “mij” eens twee dozen, die ik vast moest houden. Hij zei: "Doe al je zorgen in de zwarte en al je blijdschap in de gouden doos." Ik gaf gehoor aan wat God tegen me zei en begon al mijn zorgen en blijdschap in de twee dozen op te bergen. De gouden doos werd met de dag zwaarder, maar de zwarte bleef net zo licht als het was toen God me de doos gaf. Ik werd nieuwsgierig en opende de zwarte doos om uit te vinden hoe het kwam dat de doos niet zwaarder werd. In de bodem van de doos zag ik een gat. Een gat waardoor al mijn zorgen uit de doos waren gevallen. Ik liet het gat aan God zien en vroeg mezelf hardop af: "Ik vraag me af waar mijn zorgen zijn gebleven." Hij glimlachte naar me. " Mijn kind, ze zijn allemaal bij Mij." Ik vroeg: " God, waarom gaf U mij deze dozen? Waarom de gouden en waarom de zwarte met dat gat er in?" "Mijn kind, de gouden is voor jou om je zegeningen te tellen, de zwarte is voor jou om wat er in zit los te laten."
273