Brief aan zijn stervende vader

Brief aan zijn stervende vader

Op 15 februari 1530 schrijft Luther aan zijn stervende vader: Aan mijn lieve vader, genade en vrede in Christus Jezus, onze Heere en Heiland. Amen. Lieve vader, Jacob heeft mij geschreven dat u gevaarlijk ziek bent. Daarom ben ik over u ongerust. Het zou voor mij een grote vreugde zijn, als u zich, wanneer dat mogelijk zou zijn, met moeder bij ons liet brengen. Ik verwacht dat wij u op het allerbeste zullen verzorgen. Want of u naar de wil van God in dit leven blijft gespaard of in het toekomende leven wordt opgenomen, dan zou ik toch, zoals mij dat past, van harte gaarne bij u zijn en u naar het vijfde gebod met mijn getrouwe dienst als uw kind mijn dankbaarheid jegens God en u betonen. Intussen bid ik de Vader, Die u voor mij tot een vader geschapen en aan mij geschonken heeft, uit de grond van mijn hart, dat Hij u naar Zijn grondeloze goedheid wil sterken en door Zijn Geest wil verlichten, opdat u met blijdschap en dankzegging de zalige leer van Zijn Zoon onze Heere Jezus Christus belijden mag, waartoe u ook reeds door Zijn genade uit de gruwelijke duisternis en dwalingen van voorheen geroepen en gekomen bent. En ik hoop dat Zijn genade, die u tot die belijdenis gegeven is en die haar werk in u begonnen is, dat ten einde toe tot in het toekomende leven en in de blijde toekomst van onze Heere Jezus Christus zal bewaren en volbrengen. Amen. Want Hij heeft die leer en dat geloof reeds in u verzegeld en met merktekenen bevestigd, doordat u namelijk terwille van Zijn Naam veel laster, smaad, hoon, spot, verachting, haat, vijandschap en gevaar met ons allen verdragen hebt (Gal 6.17). Dat zijn dan ook de echte kentekenen, waarin wij onze Heere Christus gelijk moeten zijn, zoals de heilige Paulus zegt (Rom 8.17), opdat wij ook aan Zijn toekomstige heerlijkheid gelijk worden. Laat dan uw hart in uw zwakheid moedig en opgewekt zijn, want wij hebben in dit leven bij God beslist een getrouwe Helper: Jezus Christus, Die voor ons de dood en de zonden teniet gedaan heeft en Die nu daarboven voor ons zit en met alle engelen op ons neerziet en over ons waakt. Wanneer wij moeten heengaan, behoeven wij dan ook niet bezorgd of bang te zijn, dat wij zullen verzinken of te gronde gaan. Hij bezit zulk een grote macht over de dood en de zonde, dat zij ons niets kunnen doen. Ook is Hij zó van harte trouw en goed, dat Hij ons niet kan en niet wil verlaten. Maar dit alleen, als wij dit zonder twijfelen begeren. Want Hij heeft het gesproken, beloofd en toegezegd. Hij kan en zal ons niet beliegen of bedriegen. Daar is geen twijfel aan. 'Bidt en u zal gegeven worden', zo zegt Hij (Matt 7.7). En in Hand 2.21: 'Een ieder die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.' En het hele Boek der Psalmen is vol van zulke vertroostende beloften, in het bijzonder Ps 91. En het is goed voor elke zieke om die vooral te lezen. Mocht het echter, als dat beter leven nog wat op zich laat wachten, Zijn Goddelijke wil zijn, dat u samen met ons nog langer in dit droevig en onzalig jammerdal leed en ellende moet zien en horen en die met alle christenen moet helpen dragen en overwinnen, dà n zal Hij ook genade geven om dit alles gewillig en gehoorzaam te aanvaarden. Dit leven is immers niets anders, dan een waar jammerdal, waarin men hoe langer hoe meer zonde, slechtheid, plagen en ellende ziet en ervaart. En deze houden niet op en nemen niet af, totdat men ons in het graf legt. Maar daar houdt dit alles op, daar zullen wij rustig in Christus slapen, totdat Hij wederkomt en ons weer opwekt in blijdschap. Amen. Hiermee beveel ik u aan bij Hem, Die u meer liefheeft dan u uzelf en Die u zulk een grote liefde bewezen heeft, dat Hij uw zonde op Zich genomen heeft en met Zijn bloed betaald heeft. En Hij heeft u dit door het Evangelie laten weten en door Zijn Geest het geloof daarin geschonken en Hij heeft alles zó zeker toebereid en verzegeld, dat u in niets bezorgd hoeft te zijn en voor niets hoeft te vrezen. Als u maar standvastig en getroost met uw hart bij Zijn Woord en bij het geloof blijft. Als dat gebeurt, laat Hem dan maar zorgen, Hij zal alles wèl maken; ja, Hij heeft dat reeds op het allerbeste gedaan, meer dan wij het kunnen begrijpen. Hij, onze lieve Heere en Heiland, zij met u en bij u. En wij geloven vast, zonder eraan te twijfelen dat wij elkaar bij Christus zullen weerzien. Mijn Käthe, Hansje, Leentje Lena-moei en het gehele gezin groeten u en bidden aanhoudend voor u. Groet mijn lieve moeder. De genade en de kracht van God zij en blijve eeuwig bij u. Amen. Uw liefhebbende zoon Maarten Luther.
241