Eerlijk onbekeerd?

Eerlijk onbekeerd?

‘En als Hij nabij kwam en de stad zag, weende Hij over haar, zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.’ (Lukas 19 vers 41, 42) Het is een verborgenheid en weergaloos wonder van de liefde van Christus dat Hij niet alleen medelijden met de mensen had, maar zelfs weende over hun ondergang en bijzonder over de verwoesting van hen die zouden uitroepen: ‘Kruist Hem, kruist Hem!’ O bewonder dit onbegrensde geduld en deze onmetelijke liefde van Christus, jegens de meest ellendige en snoodste zondaren. Welk een wonder moet het zijn voor mensen en engelen, dat onze verlossing en eeuwige zaligheid langs zulk een weg werd bewerkt, dat door Zijn striemen ons genezing is geworden en dat Hij onze ongerechtigheid heeft gedragen op Zijn gezegende rug. Christenen, dit moet u bewegen u in Hem te verheugen en al uw liefde op Hem te vestigen. Laten uw afgoden of de wereld niet langer uw vermaak zijn, doch laat God hebben de eerstelingen van al uw inkomsten. Ongeloof een gruwelijke zonde We zullen nog een weinig spreken over de redenen waarom Christus weende en treurde over hun verwoesting. Het was hun verachting van het Evangelie en van Hem, de heerlijke en verheven Verkondiger van vrede. Dat is duidelijk samengevat in de woorden: ‘Maar nu is het verborgen voor uw ogen.’ Wij zeggen u dat alle zonden, vergeleken met deze slechts kleine zonden zijn. Wij moeten er over verwonderd staan, dat er zoveel verachting is van het Evangelie, bij zoveel prediking door de grote en heerlijke Leraar Jezus Christus, Die vrede verkondigt en Wiens voeten een goede tijding brengen van grote blijdschap. Verachters van het Evangelie Er zijn twee soorten van verachters van het Evangelie: 1. Sommigen wijzen het Evangelie af op een beleefde en beschaafde manier. ‘Zij begonnen allen zich eendrachtelijk te verontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht en het is nodig dat ik uitga en hem bezie; ik bid u houd mij voor verontschuldigd. En een ander zeide: Ik heb vijf juk ossen gekocht en ik ga henen om die te beproeven; ik bid u houd mij voor verontschuldigd. En een ander zeide: Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen.’ Doch kan er ooit enige reden of noodzaak worden genoemd, waarom wij Jezus Christus mogen weigeren? Ook velen onder ons wenden een onmogelijkheid voor. Wij hebben afgoden getrouwd. Daar willen wij heengaan en daarom kunnen wij niet komen. 2. Er zijn anderen die Hem meer bot en brutaal afwijzen: ‘Zij grepen zijn dienstknechten, deden hun smaadheid aan en doodden ze’, Mat. 22:6. Hiertoe zou een schijn van reden geweest zijn, indien Hij was gekomen met dreigementen en met gramschap, maar Hij kwam om hun vrede en zaligheid toe te roepen. Hoe onredelijk en onbillijk was dan hun gedrag. Wat zijn de beletsels om tot Hem te komen? Wij zullen nog enkele beletselen noemen, waarom zij het Evangelie niet aannemen. 1. Het eerste beletsel is, het gemis van geloof in de waarheid van het Evangelie, hoewel het Evangelie een werkelijkheid is en geen inbeelding. Daarom zegt de apostel: ‘Want wij zijn geen kunstig verdicht fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en de toekomst van onze Heere Jezus Christus’ (2 Petr. 1:16) 2. Het tweede beletsel, wat een oorzaak is van ons tegenstaan van het Evangelie is het gemis van het vaste geloof van de onuitsprekelijke weldaden, die het deel zijn, van een ieder die het aanbod van het Evangelie omhelst. Wij worden niet alleen bevorderd tot gemeenschap en omgang met God, (hetwelk inderdaad is een voorrecht van een zeer uitnemende en verhevene natuur) doch wij verkrijgen ook de aanneming tot kinderen van God. Is er iets waarnaar gij meer kunt verlangen, dan naar deze zegen? 3. Het derde beletsel is het gemis van een diepe overtuiging van onze ellende en hopeloze staat, waarin wij van nature verkeren. Ik ben er van verzekerd, dat indien wij meer werk maakten van de wet, het Evangelie meer werk zou maken van ons. 4. Het vierde beletsel is het gemis van diepe overtuiging van onze onbekwaamheid, te voldoen aan de rechtvaardigheid van God. Wij zoeken, evenals de Joden, onze eigengerechtigheid op te richten, daar wij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, zoals we lezen in Rom. 10:3. 5. Het vijfde beletsel is, dat sommigen, uit sterke overtuiging van hun onwaardigheid en uit wetenschap dat zij boos zijn van de jeugd af aan, het als brutaal beschouwen te komen op de nodiging van het Evangelie. Dit verhindert hen te komen. Wij hebben enkele opmerkingen tot u te maken. 1. Wij wensen dat gij er van overtuigd moogt worden hoe groot de zonde van ongeloof is. Wij zijn van mening dat het missen van een diepe overtuiging van de zonde van ongeloof ons zo onvruchtbaar maakt. 2. Wij wensen dat gij zult weten dat ongeloof ons belet om vrijmoedig tot God te komen. 3. Wanneer wij zoeken tot komen tot oefening van het geloof, verkeren wij onder de macht van ongeloof, dan zijn vele beproevingen ons deel. Tot hen, die zuchten onder deze beproevingen, willen wij zeggen, dat indien zij de overwinning over ongeloof behalen mogen, grote blijdschap hun deel zal zijn en zij bewijzen zullen hebben van de werking van de Heilige Geest in hen. 4. Verkeer veel in overdenking van die dierbare voorrechten, welke gij moet missen vanwege uw ongeloof. Het ongeloof is een oorzaak, waardoor wij in grote mate het bewustzijn van ons aandeel in God missen en zeer gebrekkig zijn in de liefde van God. 5. Wees veel bezig in overdenking van het vrije aanbod van het Evangelie. God zegt in Zijn Woord tot ons: ‘Die dorst heeft kome en die wil, neme het water des levens om niet’ (Opb. 22:17) Wij zullen eindigen. We menen dat indien Christus nu wilde nederdalen, Hij ongetwijfeld zou prediken over deze tekst. ‘Dat gij bekendet, ook nog in deze uw dag, hetgeen tot u vrede dient. Zekerlijk, indien Christus heden hier kwam, gelijk Hij eens nabij de stad kwam en de Joden zag en weende, zo zou Hij ook wenen over Glasgow. Het staat vast dat de versmaders van dit Evangelie zullen staan in de rijen dergenen, aan wie geboden zal worden uit Zijn tegenwoordigheid te vertrekken. Ongetwijfeld zal hun oordeel en verderf verzwaard worden, door dat zij zullen weten, dat er een weg was uitgevonden om zalig te worden en dat zij niet hebben gewild. En toch roept Hij nog in deze uw dag: ‘Och of gij bekendet, hetgeen dat uwen vrede dient. Doch uw dag zal niet lang duren en de dag zal aanbreken, wanneer het verborgen zal zijn voor uw ogen. O, wanneer zult hij ontwaken en uw eigen ellende kennen? Oproep aan christenen Christenen, gij zijt gelijk degenen, die slapen in het opperste van de mast, en gij zijt het u niet bewust. ‘Dwaalt niet, God laat Zich niet bespotten. Want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.’ O ontwaak, sta met ontzag stil en zondig niet meer, opdat de goddelijke rechtvaardigheid u niet achterhale of overvalle. Wees er van overtuigd dat indien u ongerechtigheid hebt gezaaid, gij een wervelwind zult oogsten. Doch indien u uw zaad gezaaid hebt met tranen, wees dan getroost, want er nadert voor u een vrolijke oogstdag. U zult dan voortgaan en uw oogst binnenhalen en u zult wederkeren met grote vreugde en blijdschap en zult de schoven dragen op uw schouders. O wanneer zal die dag komen? Welk een blijde oogstdag zal dat zijn voor hen, die hebben gewacht op hun Verlosser! Het zal een dag zijn van vreugde en groot gejuich. Wij zullen te dezer tijd niet verder spreken, doch laat uw ziel met verwachting uitzien naar die dag, die zal aanbreken. Laat die gezegende en heerlijke oogstdag komen en laten alle andere oogstdagen wegvluchten! Uit: ‘De overste Leidsman’ van Andrew Gray
Houdt u van lezen? We hebben een webshop vol goede boeken!
  • $Array.title
    Basislessen Geestelijke Groei
    Auteur:Evangelist Arjan Baan
    Prijs:€ 14,95
  • $Array.title
    Gevaarlijke roeping
    Auteur:Paul David Tripp
    Prijs:€ 14,95
Webshop
241