Zorg om twee groepen

Zorg om twee groepen

Er zijn vele groepen mensen waar wij ons zorgen over moeten maken. Maar twee van die groepen liggen mij na aan het hart. Omdat ik temidden van hen woon. De eerste groep bestaat uit mensen die van zichzelf denken dat ze wederom geboren zijn en zij zijn het niet. De tweede groep bestaat uit mensen aan wie niet verteld wordt hoe ze wederom geboren kunnen worden. In beide gevallen bedoel ik alleen groepen die Bijbelgetrouw zijn. Die Gods Woord van kaft tot kaft geloven. Die niets uit de Bijbel weglaten en ook niets toevoegen. Beide groepen komen in de Bijbel voor, maar de eerste groep is het grootst. En ook het moeilijkst de bereiken. Deze schijngelovigen lijken vaak als twee druppels water op ware gelovigen en zijn met hen vermengd. Pas bij de grens blijkt het verschil. Ik vertel u een waar gebeurde geschiedenis. Jaren geleden gingen een collega en ik met een examenklas van de HTS in Enschede op excursie naar een fabriek in Duitsland. Vóór de reis was meerdere keren gezegd: 'neem een geldig paspoort mee'. Toen de groep in de bus was ingestapt vroegen we of iedereen wel een geldig paspoort bij zich had. Sommigen controleerden dat nog even, anderen niet. Allemaal zeiden ze dat het wel in orde was. Bij de grens werd iedereen gecontroleerd. De douane was heel streng. Wie geen geldig paspoort bij zich had kreeg te horen: 'Uitstappen!' Met een uitgedund gezelschap hebben we toen het bedrijf in Duitsland bezocht. Zoiets wil ik niet graag nog een keer meemaken en daarom het verzoek: Onderzoekt uzelf! Over deze groep schijngelovigen lezen we onder meer in Mattheüs 7 als volgt: '21 Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is. 22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? 23 En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!' Mattheüs 7 gaat als volgt verder: '24 Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft; 25 En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond. 26 En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft; 27 En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot. 28 En het is geschied, als Jezus deze woorden geëindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer; 29 Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden.' Let erop dat beide bouwers de woorden horen. Maar het gaat er hier om of de bouwers de woorden van de Heere Jezus al of niet doen. Denk ook aan Mattheüs 28:19, waar de Heere Jezus zegt: ‘Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.’ Het woord ‘onderhouden’ (tërein, threin) kan ook vertaald worden met ‘naleven’ of ‘gehoorzamen’. Zie daarover ook 1 Samuël 15:22. En we lezen in Mattheüs 23 ‘1 Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen, 2 Zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeen zijn gezeten op de stoel van Mozes; 3 Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet.’ Niet alleen de preken van een voorganger zijn belangrijk (hoewel we daar wel altijd naar moeten luisteren!) maar ook en vooral hun gedrag, hun voorbeeld, moet in orde zijn. Hierboven schreef ik over degenen tegen wie de Heere Jezus zegt: 'Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!' Een vreselijk oordeel overkomt hen. Hieronder nu woorden van de Heere Jezus Zelf, beschreven in Mattheüs 25: '1 Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet. 2 En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen. 3 Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich. 4 Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen. 5 Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in slaap. 6 En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! 7 Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. 8 En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. 9 Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelven. 10 Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. 11 Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! 12 En hij, antwoordende, zeide: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. 13 Zo waakt dan; want gij weet den dag niet, noch de ure, in welke de Zoon des mensen komen zal.’ Stelt u zich voor dat u bij dat groepje meisjes was gekomen. U had misschien met hen gesproken, hun gevraagd waarom ze daar waren. U had gezien hoe ze in slaap vielen. Had u dan gezegd: 'dat zijn twee soorten meisjes!'? Zeer waarschijnlijk niet. Niemand kon immers dat verschil zomaar zien. Voor de toeschouwer waren alle meisjes hetzelfde. Ze zagen er hetzelfde uit, hadden alle tien feestkleding aan. Maar toch kregen vijf van hen, let op: dat is 50%!, te horen: Ik ken u niet. Wat moet dat triest voor die vijf meisjes geweest zijn. Ze dachten naar een feest te gaan. Hun lampen brandden aanvankelijk wel, maar gingen uit. Zij kenden de bruidegom misschien wel. Maar de bruidegom kende hen niet. En dat was hun probleem. Kennen en gekend worden is niet hetzelfde. Vermoedelijk kent u onze koningin wel. Maar kent de koningin u ook? Als de koningin u niet kent, dan kunt u moeilijk zeggen dat u tot haar vriendenkring behoort. Mijn vraag aan u is niet: 'Kent u de Heere Jezus?'. Mijn vraag luidt: 'Kent de Heere Jezus u?' Als Hij u niet kent, kunt u dan wel zeggen dat u tot Zijn vriendenkring behoort? De Heere Jezus zegt over Zijn vrienden het volgende in Johannes 15: '14 Gij zijt Mijn vrienden, zo gij doet wat Ik u gebiede. 15 Ik heet u niet meer dienstknechten; want de dienstknecht weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt. 16 Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u gesteld, dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht blijve; opdat, zo wat gij van den Vader begeren zult in Mijn Naam, Hij u dat geve. 17 Dit gebied Ik u, opdat gij elkander liefhebt. 18 Indien u de wereld haat, zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. 19 Indien gij van de wereld waart, zo zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld. 20 Gedenk des woords, dat Ik u gezegd heb: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.' Dit stukje heeft eigenlijk geen uitleg nodig. Het is ook hier weer duidelijk: Zij die de wil van de Heere Jezus doen horen bij Zijn vriendenkring. Het doen van Zijn wil is uitermate belangrijk. Er zijn mensen die van zichzelf niet weten dat zij vrienden van de Heere Jezus zijn: in Mattheüs 25 lezen we bijvoorbeeld: '34 Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld. 35 Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd. 36 Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen. 37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien, en gespijzigd, of dorstig, en te drinken gegeven? 38 En wanneer hebben wij U een vreemdeling gezien, en geherbergd, of naakt en gekleed? 39 En wanneer hebben wij U krank gezien, of in de gevangenis, en zijn tot U gekomen? 40 En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.' Hoe zou het toch komen dat in de ene kerk wordt verondersteld (zo noem ik het maar!) dat (bijna) iedereen die in de kerk zit wederom geboren is, terwijl in een andere kerk wordt verondersteld dat slechts een klein gedeelte van de aanwezigen in de hemel zal komen? Ik ga u een droom verklappen. Een droom die iemand uit onze kennissenkring nog niet zo heel lang geleden droomde. Hij droomde dat men in de administratie in de hemel wilde nagaan hoeveel woningen men in het Huis van de Vader gereed moest maken. Men wist het wel, maar wilde controleren of het wel klopte. Op een bepaald moment waren de kerken en gemeentes in Rijssen en wijde omgeving aan de beurt. De vraag aan elke administrateur was: 'Hoeveel woningen moeten we voor jullie kerkelijke gemeente gereed maken?' Sommigen van hen gaven een getal door dat nog groter was dan hun ledental. Anderen gaven slechts een zeer klein percentage van hun ledental door. De getallen werden opgeteld en wat bleek? De getallen klopten van geen kant, maar het totaal aantal klopte precies! Tot zover de droom. Zo kan het gaan! In sommige kringen was men veel te optimistisch, en in andere kringen veel te pessimistisch over de situatie in de eigen groep. De ene groep denkt dat iedereen die in de kerk zit behouden zal zijn, de andere groep denkt dat er maar enkelen zullen zijn. Mijn vraag is en blijft: hoe komt dat? Voordat ik tracht iets te zeggen over dit probleem geef ik eerst een dringend advies aan u door. Onderzoekt uzelf! Enkele Bijbelteksten daarover: ‘Onderzoekt uzelven, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven. Of kent gij uzelven niet, dat Jezus Christus in u is? tenzij dat gij enigszins verwerpelijk zijt.' (2 Corinthiërs 13:5) 'Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden. Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot den HEERE.' (Klaagliederen 3:39,40) 'Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt!' (Zephanja 2:1) Woorden als onderzoeken en doorzoeken komen vele tientallen keren in de Bijbel voor. Merkwaardigerwijs komt het door mij gegeven advies (Onderzoekt uzelf!) in vele kringen niet of weinig voor. Sterker nog, soms hoor ik dat dat advies niet goed is. En van ongeloof getuigt. En als ik dan met Bijbelteksten kom, dan worden die Bijbelteksten met andere teksten 'platgeslagen'. Zo wordt de Bijbel dunner. Er zijn nog vele andere teksten te noemen. Eén noem ik er. Paulus schrijft in 2 Corinthiërs 5:20 het volgende: 'Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.' Als u dat dringende advies overbodig vindt, streep het dan door in uw Bijbel. In het begin van dit artikel schreef ik ook over een andere groep waarover ik mij zorgen maak. Deze tweede groep bestaat uit mensen aan wie niet verteld wordt hoe ze wederom geboren kunnen worden. Sommigen uit deze groep zijn wel kinderen van God geworden, maar zij weten het niet. Zij staan aan de rechterhand van de Koning, maar weten dat niet. Nog een keer citeer ik Mattheüs 25:34 'Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.' Zij horen dan pas waarom zij het Koninkrijk beërven. Hiervóór citeerde ik ook al uit Mattheüs 25. Maar erger is het met mensen uit deze groep die niet aan de rechterhand van de Koning staan en hier in dit leven ook niet te horen krijgen hoe ze daar ooit kunnen komen. Mensen uit deze groep hebben het vaak erg moeilijk. Denk daar niet te gering over. Persoonlijk ken ik meerderen uit deze groep. Ze zijn opgevoed met de (op zichzelf juiste) gedachte dat ze wederom geboren moeten worden. En niemand kan (wederom)geboren worden omdat hij dat zelf wil. Dus wachten ze maar af. Bijbelteksten over het aanbod van genade weerleggen ze met andere teksten die spreken over de onmacht en zonde van de mens en over de uitverkiezing. Zij slaan de uitnodigende teksten plat met andere teksten. Als u niet heel veel Bijbelkennis hebt adviseer ik u: ga niet met hen in twistgesprek. U verliest het gesprek. Zij hebben veel meer Bijbelkennis dan u. Ze hebben veel teksten ter beschikking om hun alsmaar afwachtende houding goed te praten, ja zelfs bewijzen dat het de enige juiste manier is. Vanuit de grond van mijn hart vraag ik u, ja smeek ik u: Bid alstublieft voor de mensen die niet weten hoe ze behouden kunnen worden. En als u toch met hen gaat spreken, doe het dan liefdevol. En toon begrip voor hun gedachtegang. Maar hoe komt nu dat verschil in percentages gelovigen? Waarom denkt men in sommige groepen dat bijna iedere aanwezige een gelovige is en waarom denkt men in andere groepen dat het er slechts weinigen zijn? Een volledig antwoord op deze vraag is uiteraard niet te geven. Wel moet ik zeggen dat ik denk dat beide groepen zich vergissen. In het begin ging ik ervan uit dat beide groepen Bijbelgetrouw waren. Maar helaas ken ik geen groepen die in alle opzichten voldoen aan die eis. Bij alle groepen is de Bijbel wat uitgedund. De reden is heel eenvoudig: De Bijbel voldoet niet aan onze logica. In de Bijbel vind ik teksten die naar mijn menselijk verstand tegenstrijdig zijn. In Spreuken 26:4 lees ik: ‘Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.’ En in het volgende vers staat: ‘5 Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.’ Wij kunnen bijvoorbeeld helemaal niet begrijpen dat er een uitverkiezing is en dat tegelijkertijd de mens voor de volle honderd procent verantwoordelijk is. We durven dan niet te zeggen dat beide waar zijn, nee, meestal kiezen we voor het een of voor het ander. Nee, we laten geen teksten weg, nee, we leggen ze anders uit. We slaan teksten met andere teksten plat. En laten zo de Bijbel iets zeggen wat er in werkelijkheid niet staat. Uit onderzoeken is gebleken dat in veel kerken zestig (u leest het goed: zestig) procent van de Bijbel nooit aan de orde komt in de preken. En omdat men in de ene kerk totaal andere teksten weglaat dan in de andere kerk, daarom krijg je al deze verschillen. De uitgedunde Bijbels zijn niet aan elkaar gelijk. De verschillen zijn buitengewoon groot! De enige oplossing voor dit probleem is de verwijzing naar Openbaring 22:18 en 19. Hier volgen de laatste vier verzen van de Bijbel: ‘Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn. En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en [uit] hetgeen in dit boek geschreven is. Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus! De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.’ (Openbaring 22:18-21) Sola Scriptura & Tota Scriptura Alleen de Schrift & Geheel de Schrift. Tot slot In de Bijbel komt het woord 'woord' veel vaker dan duizend keer voor. In Psalm 119 alleen al 27 keer. Daarom tot slot een couplet uit deze Psalm: Uw woord is mij een lamp voor mijnen voet, Mijn pad ten licht, om 't donker op te klaren. Ik zwoer, en zal dit met een blij gemoed Bevestigen, in al mijn levensjaren, Dat ik Uw wet, die heilig is en goed, Door Uw genâ bestendig zal bewaren. Psalm 119:53 (berijmd) Paul Smeijers
241