Haastige spoed, is zelden goed

Haastige spoed, is zelden goed

Haastige spoed, is zelden goed*1 – Zac Poonen In 2 Samuel 6 lezen we dat zelfs goede bedoelingen ons niet kunnen behoeden van het missen van Gods wil, als we ons niet secuur zijn met Gods Woord. David bracht de ark terug naar Jeruzalem – dat was goed om te doen. Maar hij deed het niet op de manier die God in zijn Wet geboden had. God had geboden dat de Levieten de ark op hun schouders zouden moeten dragen; maar David paste dit gebod aan en plaatste de ark op een kar die door ossen getrokken werd. Daar deed hij de Filistijnen na die deze methode enkele jaren eerder hadden toegepast (1Samuel 6:8-12). Er zijn christelijke leiders die vandaag de dag hetzelfde doen. Ze leiden hun gemeenten op basis van management technieken van wereldse organisaties in plaats van te leren van de lessen uit het Woord van God. Terwijl de ossen de ark droegen, struikelden ze. Toen Uzza dat zag, stak hij zijn hand uit om te voorkomen dat de ark zou vallen. Maar de HERE richtte Zijn toorn tegen Uzza en doodde hem ter plekke (vers 7), vanwege zijn oneerbiedigheid. Het is verdrietig, maar waar, dat wanneer de herders van God fouten maken, de schapen daar ook onder leiden. David had een fout gemaakt en Uzza was daarvan de dupe. David leerde hier dat God heel erg strikt is met Zijn dienaren. Uzza had de beste bedoelingen. Toch “richtte de HERE Zijn toorn tegen Uzza”. Uzza had van kindsaf aan geleerd dat alleen de Levieten de ark mochten aanraken; maar hij nam Gods gebod op dat moment te licht en moest daardoor lijden. De fout van Uzza kan vandaag de dag herhaald worden. Wanneer we zaken mis zien gaan in onze gemeente, dan kunnen we onze handen uitstrekken om “de ark van God in balans te houden”; en God kan ons dan straffen, omdat we dan ondanks onze goede bedoelingen, buiten onze “grenzen*2” gaan. We kunnen wellicht gedaan hebben wat de dachten dat goed was; maar we hebben dan niet gewacht op de Heer om Zijn wil te ontdekken. We reageerden gehaast. Jezus zei, “Ik zal Mijn gemeente bouwen”(Mattheus 16:18). De gemeente bouwen is het werk van de Heer en niet dat van ons. Hij heeft nog nooit die taak aan ons gedelegeerd. Dus als we dan zeggen, “Ik ben de gemeente aan het bouwen in die-of-die plaats”, dan is dat arrogante hoogmoedigheid. Als we ooit zouden gaan denken dat het Lichaam van Christus onze privé zaak is, dan zullen we zeker, op de een of andere dag, ook de fout van Uzza maken. Indien we de gemeente zien schudden, laten we dan naar God gaan om Hem te vertellen, “Heer, U bent de gemeente aan het bouwen, niet ik. Bescherm Uw gemeente.” En als we vinden dat de dingen niet zo gaan als ze zouden moeten gaan, laten we onszelf dan afvragen Wiens werk het dan is en Wie daarover de leiding heeft. Is het de Heilige Geest of zijn wij dat? Op sommige momenten kunnen we denken dat er iets meteen moet gebeuren. Maar als we dan gaan handelen zonder dat we hebben geluisterd naar de Heilige Geest, dan zullen we altijd vanuit ons vlees reageren. En alles wat we doen, ook al is het met goede bedoelingen, zal meer verwarring geven dan wanneer we niets gedaan zouden hebben. Dus moeten we zeggen; “Heer, U bent hier verantwoordelijk. De leiding ligt hier in uw handen. En ik wil naar U luisteren. Vertel me wat U wil dat ik doen zal”. Er worden veel verschillende soorten dwazen beschreven in het boek Spreuken. Uiteindelijk wordt de grootste dwaas alsvolgt beschreven; “Hebt u iemand gezien die (in verschillende situaties) overhaast is met zijn woorden? Voor een dwaas is er meer hoop dan voor hem”. (Spreuken 29:20) Degene die gehaast is – haastig om iets te zeggen of te doen – heeft een absoluut vertrouwen dat hij of zij weet wat het beste is in elke situatie. Hij hoeft God helemaal niets te vragen. Hij kan zijn eigen boontjes doppen.*3 Zo’n man is de grootste dwaas op aarde. Er was geprofeteerd over Jezus dat, “Zijn ruiken zal zijn in de vreze des HEEREN. Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen”(Jesaja 11:3). Jezus kon niet voorkomen dat Hij vele dingen zag, omdat zijn ogen niet blind waren. Zo kon Hij ook niet voorkomen dat Hij dingen hoorde, omdat Hij niet doof was. Maar Hij vreesde Zijn Vader zo veel dat Hij nooit veroordeelde of Zich een mening vormde enkel op basis van wat Hij zag of hoorde. Zoals Hij van Zichzelf zei; “De Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen, want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze” (Johannes 5:19). Toen de farizeeën bij Jezus kwamen met de vrouw die in overspel betrapt was, beantwoordde Jezus hun vraag niet meteen, maar wachtte Hij even. Hij wachtte om iets van Zijn Vader te horen. Toen Hij het hoorde, toen sprak Hij. Heet was een enkele zin. “Wie van u zonder zonde is, laat die als eerste de steen op haar werpen.”(Johannes 8:7). Dat had meer effect dan een preek van een uur bereikt zou hebben! Indien er iemand naar ons toe komt met een gecompliceerd probleem, dan kunnen we hem advies geven op basis van onze wijsheid en ervaringen uit het verleden. Maar dat zou het probleem zelfs nog gecompliceerder kunnen maken. Maar een woord van wijsheid van de Vader kan wonderen verrichten. Dus, de eerstvolgende keer dat we “de ossen zien struikelen en de ark bijna zien vallen”, laten we dan niet gehaast zijn om onze naam boven aan de lijst van dwazen te zetten! Laten we dan niet snel zijn met ons oordeel of onze mening op basis van wat onze ogen zien en wat onze oren horen, waardoor we dan oneerbiedig handelen. Laten we in plaats daarvan ons gezicht ter aarde werpen voor de Heer en zeggen, “Heer, ik kom hier wijsheid te kort. Wat wilt U dat ik doen zal?” Het is zo moeilijk om toe te geven dat we tekort schieten in wijsheid, zeker als we weten dat anderen in onze kerk jonger en minder volwassen zijn dan wij. Maar indien we nederig onze nood toegeven, dan zal God ons wijsheid in overvloed geven. *1 Letterlijke vertaling is: Vermijd haastige daden *2 God heeft voor iedereen grenzen bepaald waarbinnen hij trouw moet zijn, voordat God de grenspalen verruimd om steeds binnen dat gebied trouw te laten zien. *3 Hij kan zelfstandig handelen.
264