De majesteit van God in de prediking

De majesteit van God in de prediking

Voorwoord In zijn voorwoord geeft Piper aan dat preken de aroma van Gods heiligheid, majesteit en grootheid nodig hebben. Het gaat in de prediking niet om mensen in de eerste plaats, maar om de glorie van Gods Naam. Hij geeft daarbij een voorbeeld uit zijn eigen, jarenlange ervaring. Ooit preekte hij n.a.v. Jesaja 6 over de heiligheid van God. Geen toepassing, alleen maar de grootheid van God en Zijn volmaaktheid. Zonder dat hij het wist, zat er onder zijn gehoor een man die kort daarvoor had vernomen dat zijn dochtertje was misbruikt. Volgens Piper zouden zijn godsdienstige adviseurs hem hebben gezegd dat zo’n preek eerder vertwijfeling dan vertroosting zou oproepen. Maar maanden later bleek hem het tegendeel. Hij vernam dat de bewuste man onder de preek over Gods heiligheid rijke troost had ontvangen. “God is mij als een rots, de Enige op Wie mensen aan kunnen.” Preken mogen zeker ingaan op tijdelijke zorgen en moeiten, maar niet dan in de lichtkring van Gods heiligheid. Die moet primair en centraal staan. Die moet al het andere doortrekken. Het gaat er niet in de eerste plaats om hoe we door het leven moeten komen, maar hoe heerlijk en groot God is… De supremity of God is het thema waar alles om draait. I. Doel van preken: Gods glorie Alle preken beogen het geweten te verlevendigen voor de heiligheid van God, het hart te voeden met de waarheid van God, het verlevendigen van de gedachten aangaande de heerlijkheid van God en het buigen van de wil onder wat God wil. Uiteindelijk gaat het om de wil van God in mijn leven. De preek stelt centraal: a. de vrijheid van Gods souvereine genade b. de ijver van God voor Zijn glorie c. het oneindige en heerlijke zijn van God d. de heiligheid van God Tegenwoordig moeten preken relevant zijn, gevoed vanuit psychologie. Maar dan worden de psychologische doelen die er op zich mogen zijn, juist niet bereikt. Nodig is “a sense of God, a note of sovereign grace, glory.” Cotton Mather schrijft: “The great design and intention of the office of a Christian preacher is to restore the throne and dominion of God in the souls of men.” Wat moeten we preken? Jesaja 52.7: God regeert, Hij is koning, Hij zorgt voor Zijn eer. Deze Koning sluit vrede met rebellen. Waarom wil God regeren? Voor de eer van Zijn Naam (Jesaja 48.9-11). Zijn glorie zal eenmaal de aarde vervullen (Num. 14.21). God wil de gehele wereld vervullen met Zijn eer (Jesaja 11.9). Onderwerping aan Zijn wil, dat is waar het om gaat. Niet in dienstbaarheid, niet met onwil, niet dat God dat met een ruwe, harde hand doet. Het gaat om een blijmoedige onderwerping waarbij God wordt vereerd. II. Grond van het preken: het kruis van Jezus Christus Hoe kan de eer van God worden bereikt? Want God is rechtvaardig, maar de mens is trots. Gods rechtvaardigheid vraagt om Gods glorie, maar de trots van een mens beoogt de glorie van de mens. “As our pride pours contempt upon God’s glory, his righteousness obliges Him to pour wrath upon our pride.” Degenen die de mens in het middelpunt van de prediking plaatsen, zijn er vaak verbaasd over dat God leven en vreugde terughoudt van zijn schepselen. Degenen die God in het middelpunt mogen hebben, zijn erover verwonderd dat God niet zijn toorn over de mensen laat ontbranden. Dat we hoop mogen hebben in de prediking, kan alleen op grond van het werk van Jezus Christus. Mensgerichte predikers zeggen dat het kruis laat zien hoeveel waarde de mens voor God heeft. Godgerichte predikers geven juist aan dat het kruis aanwijst hoezeer God de zonde haat, hoeveel Hij over heeft voor Zijn glorie, hoe walgelijk onze zonden zijn, hoe heilig Gods wezen is. “The goal of preaching would contain an irresolvable contradiction – the glory of a righteous God magnified in the gladness of a sinful people. But the cross has brought together two sides of the goal of preaching, which looked hopelessly at odds with each other: the vindication and exaltation of God’s glory and the hope and gladness of sinful man.” Het kruis is ook ter vernedering van de prediker! Want bij het kruis gaat mij ik eraan! Mijn zelfliefde, mijn hang naar aanbidding, mijn trots moet eraan. Geen roemen in de mens. Niet de prediker, maar God moet de eer krijgen. Hoe durft een prediker bij het kruis nog de aandacht voor zichzelf op te eisen. “Als een prediker niet is gekruisigd, is zijn prediking krachteloos. (1Cor.1.17).” III. De kracht van de Heilige Geest De kracht van de Heilige Geest is onmisbaar. Hoe hoog is het ambt van de prediker. “Sta jezelf nooit toe je op gelijke hoogte met je werk te plaatsen. Wees bang voor die geest in je.” Nederigheid is nodig. God moet ons daartoe breken. Paulus preekte in zwakheid en veel vrezen (zie ook 2 Kor. 1.8-9; 2 Kor.12.7). Hoe kan God eer krijgen als we iets menselijk doen als preken? We moeten veel van de Woorden Gods gebruiken en vertrouwen op de kracht daarvan. Het Woord van God moet onze preken doordrenken. Onze zielen moeten er daarom mee zijn vervuld! Ook is nodig: vertrouwen op de Gift van de kracht van de Geest. Hoe kun je zo preken dat er sprake is van preken in Gods kracht in plaats van preken in eigen kracht? Piper heeft vijf stappen waarmee hij zoekt te preken in de kracht van God: a. belijdenis van eigen zwakheid en onbekwaamheid b. gebed om hulp, inzicht, kracht, ootmoed, liefde, geheugen en vrijheid c. vertrouwen op een belofte die voorafgaan aan een preek kan worden opgezocht, bv Psalm 40.17 d. vertrouwen dat God het gebed hoort e. dankbaarheid voor Zijn hulp IV. Gravity & gladness Piper noemt in dit verband Jonathan Edwards, die een zeer ernstig man was. In geen van zijn 1200 preken komt een grap voor. Van hem ging volgens tijdgenoten een reuk van goddelijkheid uit; hij had een vurige geest en een grote ijver om zielen voor God te winnen. Edwards had een diepe overtuiging van de hemelse heerlijkheid en de verschrikkingen van de hel. Preken van Edwards waren doortrokken van ernst. De man schreef zijn preken uit, had weinig gebaren, was plechtig, had een bewustzijn van de tegenwoordigheid van God, wat tot uiting kwam in zijn woorden en gebaren. Zijn stem kende weinig variatie, hij beklemtoonde de woorden niet sterk, maar toch had hij kracht om een belangrijke waarheid te presenteren. Hij kende gewicht toe aan Bijbelse argumenten. Thomas Chalmers was een man die met een zwaar provinciaal accent sprak, geen dramatiek in zijn preken legde, strak gebonden was aan het schrift, de vinger bij de lijnen legde en lange zinnen gebruikte. Vanwaar had hij veel vrucht? Een tijdgenoot beantwoordde die vraag ooit met: “It is his blood-earnestness.” Omdat mensen zelf God weinig ontmoeten in de preken, denken zij bij predikers die weet hebben van Gods nabijheid en heiligheid aan saaiheid, somberheid, triestheid, norsheid, humeurigheid en onvriendelijkheid. De preken komen dreigend over. Mensen draaien het precies om. Zij denken: De afwezigheid van geklets is de aanwezigheid van vormelijkheid en onvriendelijkheid. Omdat mensen de diepe ernst van vreugde niet kennen, streven ze naar blijdschap van praat en lichtzinnigheid. Predikanten willen dat bedienen. Er ontstaat een sfeer van zorgeloosheid, lichtvoetigheid, oneerbiedigheid. Daarin vallen al snel opmerkingen die niet te verantwoorden zijn. Besef aan eeuwigheid en oneindigheid valt weg. Piper zegt: “Gladness and gravity should be woven together in the life and preaching of a pastor in such a qay as to sober the careless soul and sweeten the burdens of the saints.” Het is goed als predikanten vreugde nastreven in de bediening van het Woord. Vreugde is een daad van liefde, Hebr.13.17. Een vreugdeloze bediening is niet tot zegen van mensen. Zie ook 1 Petrus 5.2-3. Wie geen blijdschap heeft, geeft geen blijde boodschap door, maar legalisme. Dan is er geen vrijheid. Het juk van de Heere Jezus Christus is dan niet zacht en zijn last niet licht. Wie geen blijdschap heeft, verheerlijkt God niet. “A bored and unenthusiastic tour gide in the Alps contradicts and dishonors the majesty of the mountains.” Blijdschap is niet hetzelfde al grappig zijn of lichtzinnigheid. “All gracious affections, that are a sweet odor to Christ, and tha fill the soul of a Christian with a heavenly sweetness and fragrancy, are brokenhearted affections.” Verlangens, hoe ernstig ook, zijn nederig. Hoop, hoe vurig ook, is nederig. Vreugde, ook als is ze onuitsprekelijk, is “a humble, brokenhearted joy.” Gewicht van de zondigheid en besef van Gods heiligheid geeft een vernedering van het hart. Het geeft ook ernst. Bedenk wel: God bekeert door middel van de prediking, Hij wekt Zijn gemeente op door middel van de prediking, Hij zorgt dat zijn heiligen thuis komen door middel van de prediking. Het gaat er niet om dat mensen een goed gevoel bezorgd krijgen, maar het gaat erom wat Asahal Nettleton zegt: “All ludicrous anecdotes, and modes of expression, and gestures, and attitudes, are never more out of place than when the Holy Spirit is moving upon the hearts of a congregation. Every thing of this kind is fitted to grieve Him away; because it directly contradicts the errand on which he has come; overtuiging van zonden, vernieuwing tot bekering.” Spurgeon stond geen humor voor, wel een heilige vrolijkheid. John Donn was aangedaan door de nood waarin zielen verkeren. Hun bekering zou tot heerlijkheid van God zijn. “Welke zee kan mijn ogen van genoeg tranen voorzien om te wenen als ik zou weten dat ik er van allen van deze gemeente die me nu in het gezicht zien, ik er één niet zou ontmoeten op de dag van de Opstanding aan de rechterhand van God?” Volgens Piper maakt liefde voor de mensen dat predikers niet lichtvaardig spreken over verschrikkelijke realiteiten (vandaar dat zij ernstig zijn), en maakt liefde voor de mensen dat zij mensen niet kunnen opzadelen met lasten van vreugdeloze gehoorzaamheid (vandaar dat zij hun werk met blijdschap doen). Piper komt met zeven adviezen: a. Streef naar een ernstige, vreugdevolle besef van heiligheid in alle aspecten van het leven b. Wees voortdurend in gebed; we zijn geroepen tot de dienst van het Woord en… van het gebed. Cotton Mather schreef zijn preken uit, na elke paragraaf ging hij in gebed. c. Lees de boeken van Bijbelgetrouwe predikers. Kies een groot theoloog om je via zijn gedachten te verdiepen in de theologie en zijn houding te volgen. Piper zelf heeft van jongsaf Jonathan Edwards bestudeerd. d. Denk veel aan de dag van het sterven. e. Besef de ernst van de bediening der verzoening. Het bloed zal van de hand van de prediker worden geëist. (Zie Ezechiël.) f. Overweeg voortdurend het voorbeeld van de Heere Jezus. We lezen nergens dat Hij ooit een grap heeft verteld. g. Streef ernaar je te vernederen onder de hand van God. © Enkele gedachten uit het boek ‘The supremacy of God in preaching’ van John Piper
265